Rubriek 9:Stof eigenschappen

9. Fysische en chemische eigenschappen (vorm, geur, kleur; belangrijke gegevens zoals relatieve dichtheid; viscositeit; kookpunt; smeltpunt; vlampunt; ontvlambaarheid; zelfontbrandingstemperatuur; explosiegrenzen; relatieve dampdichtheid; dampspanning; oplosbaarheid in water …).
Gegevens om de juiste controlemaatregelen te kunnen nemen, alle relevante informatie over de stof of het preparaat.

9.1. Informatie over fysische en chemische basiseigenschappen

Fysische toestand
Vermeld de fysische toestand (vast, vloeibaar, gas, gel) van de geleverde stof of het geleverde mengsel.

Kleur
Vermeld de kleur zoals geleverd.

Geur
Indien een geur merkbaar is, geef dan een korte beschrijving ervan. Vermeld de geurdrempelwaarde (kwalitatief of kwantitatief) indien deze beschikbaar is.

Smeltpunt/vriespunt
Niet voor gassen. Voor wassen en pasta’s mag in plaats van het smeltpunt en het vriespunt het verwekingspunt/verwekingstraject worden vermeld. Het vriespunt is praktisch meestal niet van belang als deze lager is dan -20 °C.

Kookpunt of beginkookpunt en kooktraject, dit is onnodig voor:
– gassen;
– eveneens voor vaste stoffen welke smelten boven de 300 °C;
– stoffen welke ontleden beneden het kookpunt (schat in dit geval het kookpunt).

Ontvlambaarheid, dit is onnodig als:
– het een vaste stof betreft welke explosief is;
– het een gas is welke een mengsel is met een overdaad aan inerte gassen;
– als het een substantie betreft welke spontaan ontsteekt in contact met lucht.

Onderste en bovenste explosiegrens
Niet van toepassing op vaste stoffen.

Vermeld voor brandbare vloeistoffen ten minste de onderste explosiegrens. Als het vlampunt ongeveer -25 °C of hoger is, kan het onmogelijk zijn de bovenste explosiegrens bij standaardtemperatuur te bepalen; in dat geval wordt aanbevolen de bovenste explosiegrens bij een hogere temperatuur te vermelden. Als het vlampunt hoger is dan 20 °C, kan het onmogelijk zijn de onderste of bovenste explosiegrens bij standaardtemperatuur te bepalen; in dat geval wordt aanbevolen zowel de onderste als de bovenste explosiegrens bij een hogere temperatuur te vermelden.

Vlampunt, dit is onnodig als:
– het gassen, aerosolen en vaste stoffen betreft;
– de substantie enkel waterige VOS componenten bevat met een vlampunt boven 100 °C;
– of het verwachtte vlampunt is hoger dan 200 °C;
– het vlampunt kan nauwkeurig worden voorspeld vanuit bekende materialen.

Zelfontbrandingstemperatuur:
– waarde is niet nodig voor explosieve stoffen en stoffen die spontaan ontbranden;
– bij vloeistoffen en dampen ter controle of ze door een heet oppervlak tot ontbranding kunnen worden gebracht;
– bij vaste stoffen over de mogelijke explosieve eigenschappen.

Ontledingstemperatuur:
er ontstaan bij deze temperatuur andere stoffen door chemische ontleding veroorzaakt door hitte. Alleen van toepassing op zelfontledende stoffen en mengsels, organische peroxiden en andere stoffen en mengsels die kunnen ontleden.

pH
Vermeld de pH van de stof of het mengsel zoals geleverd of in een waterige oplossing; geef in het laatste geval de concentratie aan. Niet van toepassing op gassen.

Kinematische viscositeit:
– alleen van toepassing op vloeistoffen.;
– vermeld voor niet-newtonse vloeistoffen het thixotrope of reopexe gedrag.

Oplosbaarheid:
– in water, dit is onnodig als:
– de substantie onstabiel is (breekt af binnen 12 uur) en niet sterk zuur of basisch is;
– de substantie snel oxideert in water;
– onoplosbaar is in water.

Vermeld voor nanovormen naast de oplosbaarheid in water ook de oplossingssnelheid in water of in andere relevante biologische of milieumedia.

Verdelingscoëfficiënt: n-octanol/water, dit is onnodig als:
– het anorganische stoffen of ionische vloeistoffen betreft;
– als de test niet kan worden uitgevoerd (b.v. een reactie, het alternatief kan zijn een berekende waarde).

Dampspanning, dit is onnodig als:
– het smeltpunt hoger is dan 300 °C;
– als het smeltpunt hoger is dan 200 °C volstaat een berekende waarde.

Vermeld voor vluchtige vloeistoffen ook de dampspanning bij 50 °C.

Relatieve dichtheid, dit is onnodig als:
– de substantie enkel stabiel is in een oplossing met vergelijkbare dichtheid;
– als het een gas betreft (alternatief is een schatting op basis van het moleculair gewicht).

Dampdichtheid:
de relatieve dampdichtheid is nodig om te kunnen bepalen of gassen of dampen lichter of zwaarder zijn dan de lucht. Het is de verhouding van de massa van het gas tot de massa van dezelfde hoeveelheid lucht.

Deeltjeskenmerken
Alleen van toepassing op vaste stoffen.

Vermeld de deeltjesgrootte. Ook andere eigenschappen kunnen worden vermeld, zoals de distributie van de grootte, de vorm en de dimensieverhouding, de aggregatie- en agglomeratietoestand, de specifieke oppervlakte en de stofvorming. Indien de stof in nanovorm voorkomt of indien het verstrekte mengsel een nanovorm bevat, moeten die kenmerken in dit punt worden vermeld of moet ernaar worden verwezen.

9.2. Belangrijke informatie met betrekking tot de eigenschappen, de veiligheidskenmerken en de testresultaten vermeld waarvan de opname in het veiligheidsinformatieblad nuttig kan zijn wanneer een stof of mengsel in de desbetreffende fysische gevarenklasse is ingedeeld. Het kan ook passend zijn gegevens te vermelden die relevant worden geacht met betrekking tot een specifiek fysisch gevaar, maar die niet tot indeling leiden (bv. negatieve testresultaten dicht bij het criterium). Kijk hierbij voor de classificatie naar:

– ontplofbare stoffen;
– ontvlambare gassen;
aerosolen;
oxiderende gassen;
gassen onder druk;
ontvlambare vloeistoffen;
ontvlambare vaste stoffen;
zelfontledende stoffen en mengsels;
pyrofore vloeistoffen;
pyrofore vaste stoffen;
voor zelfverhitting vatbare stoffen en mengsels;
stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen;
oxiderende vloeistoffen;
oxiderende vaste stoffen;
organische peroxiden;
bijtend voor metalen;
ongevoelig gemaakte ontplofbare stoffen.

Andere veiligheidskenmerken welke nuttig kunnen zijn:

mechanische gevoeligheid;
temperatuur van zelfversnellende polymerisatie;
 ontstaan van explosieve mengsels van stof en lucht;
zuur/alkalireserve;
verdampingssnelheid;
– mengbaarheid;
geleidingsvermogen;
corroderend vermogen;
gasgroep;
redoxpotentiaal;
mogelijkheid tot radicaalvorming;
fotokatalytische eigenschappen.

Rubriek 8:Persoonlijke bescherming
Rubriek 10:Stabiliteit en reactiviteit